Verdwalen op een vierkante centimeter

Verdwalen op een vierkante centimeter

Verdwalen op een vierkante centimeter

Een poos geleden liep ik vanaf een locatie waar ik de weg niet heel goed kende richting de
bushalte. Ik bezit de bijzondere kwaliteit om te verdwalen op een vierkante centimeter, dus het zal
niemand verbazen dat ik op een gegeven moment geen idee meer had waar ik was.

Hoe dan?


Vaak kun je, als je een paar stappen verkeerd bent gelopen, nog wel terug naar het punt waar je
het wél wist. Dit keer was dat geen optie. Midden op straat gaan staan wachten tot iemand me zou
helpen is bovendien niet echt mijn stijl.
Net toen ik dacht: hoe dan?, kreeg ik het idee om een vriendin te videobellen. Zij kende de
omgeving waar ik liep. Na een paar flauwe grappen over mijn verbluffend goede
oriëntatievermogen heeft ze me al videobellend naar de bushalte geloodst. Veilig thuis dus.

Ik was een ramp

Onwillekeurig moest ik denken aan mijn stoklooptrainingen. Goed gebruikmaken van je taststok
moet je leren. Mijn mobiliteitsdocenten waren het over één ding eens: ik was een ramp in het
verkeer en op deze manier kwam het nooit goed. In de huidige tijd wordt er overigens, voor zover
ik weet, tactischer met jongeren omgesprongen.
Ik zou inderdaad een boek kunnen schrijven over “Jilly’s Travels” en mijn avonturen onderweg.

Hoofdpijn en hartkloppingen 

In deze blog houd ik het bij een voorval van zo;n dertig jaar geleden. Mobiele telefoons en navigatie-
apps bestonden nog niet, maar mijn talent om te verdwalen had ik toen ook al.
Eén keer in de zoveel tijd kon je met een groep jongeren een mobiliteitsweek hebben. Je ging dan
o.a. in een vreemde omgeving routes lopen. Deze weken waren altijd gezellig, al heb ik menig
trainer hoofdpijn en hartkloppingen bezorgd.

Nou ja, dan maar naar de AH.

Op de bewuste middag waren we met de hele club in Nijmegen. We kregen de opdracht om
individueel van een afgesproken locatie naar een andere afgesproken locatie te lopen met
aanwijzingen die we vooraf gekregen hadden. Wanneer we bij de eerste locatie arriveerden,
kregen we de opdracht om naar de volgende locatie te gaan. Als je zou verdwalen, moest je naar
de Albert Heijn komen.
Vol goede moed ging ik op weg naar de eerste locatie. Ik vond wel dat ik er erg lang over deed,
maar dacht daar verder niet over na. Tot ik bij het Keizer Karelplein uitkwam. Het leek me nogal
onwaarschijnlijk dat ik in mijn eentje dat enorme verkeersplein over zou moeten steken. Dat was in
de jaren negentig zelfs voor mensen met goed zicht al een uitdaging.
Nou ja, dan maar naar de AH.
Ik baalde behoorlijk. Ik bracht er weer niets van terecht, maar goed, soms zijn dingen niet anders.
Onderweg heb ik een paar keer de weg gevraagd. Mensen aanspreken kon ik dan weer wel, maar
volgens mij had ik niet alle aanwijzingen goed begrepen. Maar ook door de stad zwerven bereikt
een eindpunt.
Ik weet niet hoe lang ik onderweg ben geweest, maar ik bereikte op den duur de Albert Heijn en
het was de goede.

Er stond zelfs politie

Het goede nieuws was dat mensen erg blij waren dat ik er eindelijk was. Er stond zelfs politie; die
had mij ook niet kunnen vinden. Ik was inmiddels als vermist opgegeven.
Toen ik terecht was, werd ik aangewezen als ex-vermiste. Het commentaar:
“O, haar hebben we wel zien lopen, maar ze zag er niet verdwaald uit.”
Dat is het voordeel als je zelf niet meteen doorhebt dat je verdwaald bent: de stress ligt vooral bij
anderen.

Jammer voor de jongeren van nu

Gelukkig hoeft het in deze tijd niet meer zover te komen, met mobiele telefoons waar kaartenapps
op zitten en de optie om je locatie te delen.
Maar toch wel jammer voor de jongeren van nu. Wie kan er nou zeggen dat je ooit gezocht bent
door de politie zonder er een strafblad aan over te houden?